Frans Hollevoet (°Tielt, 1 april 1955), getogen in Markegem, zoon van organist en gewezen schoolhoofd van Markegem-Oeselgem, André Hollevoet en wijlen Maria Hemers. Echtgenoot van Rita Marichael. Volgde Grieks-Latijnse bij de oblaten in Waregem (het vroegere St.-Paulusinstituut) en voltooide in 1977 de licenties Germaanse filologie aan K.U. Leuven. Hij is leraar Engels-Nederlands aan de H. Familie in Tielt en Sancta Maria in Ruiselede.

Sinds 1985 schreef hij verschillende artikels over de geschiedenis van Markegem en bijdragen over aspecten van de geschiedenis van Ruiselede, Tielt en Dentergem. Verder stelde hij de archiefinventarissen op over de Tieltse Sint-Pieterskerk en het decanaat Tielt, met Ronny Ostyn (1989), en over de parochies Dentergem, met Eric Bekaert (1993), en Markegem (1994).

Voor een artikel over het Goed ter Hoyen en de familie Coucke bekroonde het Westvlaams Verbond van Kringen voor Heemkunde hem op 16 april 1988 met de prijs voor de beste bijdrage uit 1982-'86. Op 9 december 1995 werd hem voor de geschiedenis van de Markegemse parochie de tweejaarlijkse Prijs van de Heemkundige Kringen van het Tieltse toegekend.

In zijn "Flandria Illustrata" noemde Antonius Sanderus Markegem een pagus etiam amoenitate loci commendabilis, in 1735 vertaald als het vermaakelyk dorp. "Vermaakelyk" betekent hier: aangenaam voor het oog of het hart.

Markegem, nu een deel van Dentergem, is 425 ha groot en telde in 2000 725 inwoners. In 1469 circa 150, in 1572 ongeveer 380, int 1765 585, in 1837 het recordaantal van 1091.

De geschiedschrijving over Markegem was tot in 1995 vrijwel onbestaande. Grondige opzoekingen in archieven in Kortrijk, Gent, Brugge, Rijsel, Brussel, Doornik, Tielt, Dentergem en Markegem brachten een onvermoede weeld aan historische gegevens aan het licht. In de streek tussen Tielt, Deinze, Waregem en Izegem is Markegem, getypeerd als "villadorp zonder pretentie", sedert 1995 het enige dorp met een eigenlijke geschiedenis. Ongetwijfeld kunnen de gemeenten uit dit gebied in de bronnen heel wat terugvinden over hun eigen verleden. Bovendien wordt er in het boek vaak vergeleken met de situatie in de omliggende plaatsen en ondekt de individuele speurder in het rigister op persoons- en plaatsnamen meteen welke families enige rol speelden in de bonte wereld van deze gemeenschap op mensenmaat.

Hoofdstuk I behandelt de aardrijkskunde en de ongeschreven geschiedenis. Hoofdstukken II-VI halen het Ancien Régime (tot 1795) terug en VII-XI de laatste twee eeuwen.